Docent

Jos van der Kooy doceert aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Ook werkt hij als privé-docent voor vakmusici en gevorderde amateurs. Ook geeft hij masterclasses in binnen- en buitenland.

Combinatie van academische studie met muziekvakstudie
Het Koninklijk Conservatorium te Den Haag biedt via een samenwerkingsverband met de Universiteit Leiden de mogelijkheid een muziekvakstudie te combineren met een academische studie aan de universiteit.

Deze samenwerking krijgt gestalte in de Faculteit der Kunsten. Voor Leidse studenten bestaat de mogelijkheid tot het volgen van keuzevak, bijvak, of minor orgel; ook is het mogelijk een universitaire studie te combineren met een volledige hoofdvakstudie aan het Conservatorium. Voor conservatoriumstudenten bestaan dezelfde mogelijkheden in omgekeerde richting. Nadere informatie vindt u onder de kop “De Leidse Faculteit der Kunsten” hieronder.

Jos van der Kooy geeft zijn orgellessen in de Westerkerk te Amsterdam, in de Grote- of St. Bavokerk te Haarlem en in zijn eigen studio in Hoorn NH. Voor informatie kunt u contact opnemen via de mailbox van deze website.

Het Koninklijk Conservatorium te Den Haag biedt eerst en tweede fase opleidingen voor orgel en kerkmuziek. In 2004 zijn TonKoopman en JanKleinbussink gastdocent. Jan Kleinbussink doceert continuospel en is als afdelingsleider nauw betrokken bij de orgelstudenten. Aan het Koninklijk Conservatorium studeren organisten uit Nederland, Japan, Ierland, Israël, Rusland en Spanje. Al tijdens je studie kun je contacten leggen met buitenlandse collega's.

De opleiding voor uitvoerend musicus is een tweede fase studie. In een studieplan kan de student aangeven op welke deelgebieden zijn of haar specifieke interesses liggen. Lessen van specialisten op door de student gekozen deelgebieden horen tot de mogelijkheden.

Er is een tweede fase studie improvisatie die studenten voorbereidt op deelname aan internationale improvisatie concoursen. Lessen van compositie docenten maken deel uit van het curriculum.
Tegelijk met de muziekvakstudie kun je musicologie studeren. Het Koninklijk Conservatorium werkt daartoe samen met de Universiteit van Utrecht. Die samenwerking krijgt vorm binnen de Academie voor Muziek.

Aan buitenlandse studenten biedt het Koninklijk Conservatorium optimale faciliteiten.

Voor vragen kun je contact opnemen met Jos van der Kooy via de mailbox.
 

DE LEIDSE FACULTEIT DER KUNSTEN

Algemeen
De Faculteit der Kunsten is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Leiden en de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans in Den Haag. Deze hogeschool bestaat uit de faculteit Muziek en Dans (bekend als het Koninklijk Conservatorium) en de faculteit Beeldende Kunsten (bekend als de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten). De Faculteit der Kunsten is de negende faculteit van de Universiteit Leiden.

De Leidse faculteit der Kunsten biedt studenten die ingeschreven staan aan de Universiteit Leiden de mogelijkheid om in het kader van elke Leidse studie een keuzevak, bijvak of minor aan het Koninklijk Conservatorium te volgen. Voor alle duidelijkheid: deze mogelijkheid geldt uitdrukkelijk niet voor studenten van andere instellingen; je dient derhalve aan de Leidse universiteit te zijn ingeschreven.

Aan de andere kant is het ook mogelijk dat studenten die een opleiding volgen aan het Koninklijk Conservatorium hun orgelstudie combineren met Leidse vakken. Vanaf het studiejaar 2003/4 wordt binnen de diverse hoofdvakopleidingen aan het conservatorium ruimte gecreëerd om Leidse vakken in bv. een orgelstudie te “importeren”. Deze Leidse vakken maken dan een integraal onderdeel uit van je Haagse muziekopleiding. Onder (2) wordt hierop verder ingegaan.

(1) Een keuzevak (practicum musicae) orgel aan het Koninklijk Conservatorium in het kader van een studie aan de Universiteit Leiden
Leidse studenten die een zeker instrumentaal of vocaal niveau hebben bereikt, wordt de mogelijkheid geboden – in het kader van hun Leidse studie – op professionele wijze instrumentaal of vocaal onderwijs aan het Koninklijk Conservatorium te volgen. Hieronder wordt de algemene procedure beschreven die geldt voor alle instrumentale en vocale studievarianten die via de faculteit der Kunsten aan het Koninklijk Conservatorium kunnen worden gedaan. Daarna wordt op schematische wijze beschreven welke procedure wordt gehanteerd voor studenten die een keuzevak, bijvak of minor orgel ambiëren.

Keuzevakken, bijvakken, minors via de Leidse faculteit der Kunsten

Voor alle bovengenoemde studievarianten geldt: indien je studiepunten wil ontvangen voor het volgen van een keuzevak, bijvak of minor, is het je eigen verantwoordelijkheid vooraf toestemming te verkrijgen van je Leidse opleiding.

Keuzevak, bijvak of minor orgel
De hiervoor genoemde studievarianten gelden ook voor een orgelstudie in de vorm van een keuzevak, bijvak of minor. Aangezien het Koninklijk Conservatorium niet over een eigen orgel beschikt, worden de orgellessen in de Amsterdamse Westerkerk en in de Grote of Sint Bavokerk te Haarlem gegeven en wel door Jos van der Kooy, als orgeldocent verbonden aan het Koninklijk Conservatorium.

De procedure voor toelating tot het keuzevak (practicum musicae) orgel wijkt enigszins af van die van de overige instrumentale of vocale keuzevakken (ook voor een bijvak of een minor orgel geldt een soortgelijke procedure). Deze is op schematische wijze als volgt weer te geven:

(2) Leidse keuzevakken in het kader van een orgelstudie aan het Koninklijk Conservatorium
Zoals in het voorgaande reeds is aangestipt, kun je vanaf het studiejaar 2003/4 relatief gemakkelijk Leids onderwijs opnemen in een orgelstudie aan het conservatorium. “Leids onderwijs” betekent in dit verband: keuzevakken, bijvakken of minors. Dit onderwijs wordt in Leiden zelf aangeboden. Voor alle activiteiten aan de universiteit leiden geldt dat je óf in het bezit dient te zijn van een eindexamendiploma vwo óf van een hbo-propedeuse.

Keuzevakken zijn kleinere, vaak inleidende onderwijsheden met een omvang van circa 10 ects en worden gedurende één of twee semesters aangeboden. De Leidse universiteit biedt enkele honderden keuzevakken aan op elk denkbaar terrein.

Bijvakken zijn grotere keuzevakken (20 ects), die in het bijzonder door de faculteit der Letteren worden verzorgd. Deze vakken hebben een diepgaander karakter. Er wordt dan ook een grotere inspanning van je verwacht dan bij keuzevakken.

Minors zijn te kwalificeren als deelstudies. Een minor heeft – afhankelijk van de faculteit die deze minor op zijn programma heeft staan – een omvang van 50, 51 of 52 ects. Minors zijn binnen de Leidse context altijd gekoppeld aan een major, een hoofdvak. Als Haagse student is het echter mogelijk een op zichzelf staande minor te volgen in het kader van je orgelstudie. De faculteit der Kunsten biedt op dit moment een tweetal minors aan die specifiek zijn gericht op studenten van het Haagse kunstvakonderwijs. Deze vakken kun je vanaf het tweede jaar van je kunstvakopleiding volgen. Het gaat hierbij om de minor Kunst en Zaken en de minor Wijsbegeerte. Indien je een keuzevak, bijvak of minor aan de Leidse Universiteit volgt, wordt de studietijd die je aan deze vakken besteedt in mindering gebracht op je muziekopleiding aan het conservatorium. Het streven is erop gericht de studiebelasting niet te verhogen. Een en ander moet je wel in overleg regelen.

Daarnaast zijn minors (driejarige programma’s) op het terrein van Wiskunde en Informatica in voorbereiding. Naast deze nieuwe minors biedt de Universiteit Leiden minors aan op het terrein van onder meer psychologie, bestuurskunde, culturele antropologie, pedagogische wetenschappen, archeologie, politicologie. Let wel: voor alle combinaties van een Haagse kunstvakopleiding met een Leidse minor geldt dat deze inhoudelijk zinvol moet zijn!

I. Minor Kunst en Zaken:
D
e minor is breed van opzet en brengt je in contact met tal van organisatorische, bedrijfskundige en financieel-economische aspecten van het kunstbedrijf. Het programma is bedoeld voor studenten die naar een loopbaan in de culturele sector streven, waar zaken als organiseren, leiding geven, coördineren en programmeren een belangrijke plaats innemen. Maar ook als je je als zelfstandig beeldend kunstenaar, ontwerper of musicus wilt profileren of als je je eigen onderneming wilt opzetten, is het slim om deze minor te volgen. Deze minor leert je hoe je de zakelijke kanten van je werk als kunstenaar goed kunt regelen. Voor alle duidelijkheid: de minor is bestemd voor studenten van het Koninklijk Conservatorium én voor studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten

De minor Kunst en Zaken omvat in totaal 52 ects-studiepunten. 1 ects staat voor een studiebelasting van 28 uur. Het gehele, driejarige minorprogramma bestaat dus uit: 52 x 28 uur = 1.456 uur = 36 weken, verdeeld over een periode van drie jaar).

De minor is opgebouwd uit de volgende hoofdvakken:
1e jaar: Ondernemen binnen de kunsten (5 ects)
Kunst- en cultuurbeleid in Nederland (5 ects)
2e jaar: Financieel management (10 ects)
Marketing management (10 ects)
3e jaar: Recht en cultureel ondernemerschap (5 ects)
Management accounting (5 ects)
Projectmanagement (12 ects).

Deze vakken leggen voortdurend een relatie met de kunsten. Het onderwijs wordt gegeven door docenten van het Centrum voor Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en het Koninklijk Conservatorium, en door gastdocenten. Alle modules worden met tentamens afgesloten. Daarnaast schrijven en presenteren studenten zelf projectplannen. Het eindcijfer wordt bepaald op basis van de diverse tentamencijfers in combinatie met het cijfer voor een grote eindopdracht. Aanwezigheid is verplicht.

Eerste minorjaar van de minor: 10 ects
Doel van het eerste jaar van de minor Kunst en Zaken is om studenten te laten kennismaken met de beslissingen die de leiding van een culturele organisatie moet nemen. Studenten maken kennis met alle aspecten van de bedrijfswetenschappen in relatie tot de kunsten, zoals die ook in het tweede en derde minorjaar, maar dan uitvoeriger en diepgaander, worden behandeld. Ook is er aandacht voor processen, mechanismen, besluitvorming en procedures binnen het Nederlandse kunst- en cultuurbeleid en wordt er ingegaan op organisaties, culturele raden en culturele fondsen die hierin een rol spelen. Dit alles gebeurt in de vorm van hoor- en werkcolleges, via veel zelfstudie en via een praktijkproject (in groepjes van drie of vier studenten) dat aan het einde van dit jaar mondeling en schriftelijk moet worden gepresenteerd. Het jaar wordt afgesloten met een tentamen.

Het lesrooster van het eerste minorjaar ziet er als volgt uit:
januari Inleiding
februari Kunst en markt
februari Product en publiek
februari Introductie praktijkproject/projectmanagement I
maart Marketing
maart Kunst- en cultuurbeleid I
maart Financieel management I
maart Introductie praktijkproject/projectmanagement II
maart Financieel management II
april Kunst- en cultuurbeleid II
april Kunst- en cultuurbeleid III
april Presentaties en gastsprekers
mei Tentamen.

Tweede minorjaar (20 ects)
Het tweede minorjaar bestaat uit de volgende twee onderdelen:

  1. Financieel management (10 ects)
    Ook in de culturele wereld is het van belang om de financiële huishouding op orde te hebben. Om te bepalen of een cultureel project, kunst- of ontwerpopdracht of evenement haalbaar is of binnen de financiële ruimte georganiseerd kan worden, moeten financiële planningen en begrotingen worden gemaakt. Naast de artistieke kwaliteiten dienen ook de financiële en organisatorische aspecten beheerst en eventueel bijgestuurd te worden. Dit vak kweekt begrip voor de noodzaak van deze informatie. Ook zal de zelfstandig kunstenaar of de culturele organisatie periodiek verantwoording moeten afleggen, zowel extern aan geldschieters (fondsen, overheden, donateurs) en fiscus als intern aan de leden van de organisatie. De onderwerpen die aan bod komen, zijn: boekhouden, externe verslaglegging, financiering en investeringsselectie.
     
  2. Marketing management (10 ects)
    Binnen het vak worden marketingstrategie en marketingplanning behandeld. Het belang van gedegen marktonderzoek, de analyse van de omgeving en de eigen culturele organisatie worden toegelicht. Verder komen de instrumenten aan de orde die een organisatie kan inzetten voor het realiseren van de door haar gestelde strategische doelstelling: welke mogelijkheden biedt elk van de vijf instrumenten product (dienst), prijs, promotie, plaats (distributie) en personeel en wat is de optimale mix voor de organisatie? Het vak is casusgericht en de voorbeelden sluiten aan op de praktijk van de kunstwereld en tentoonstellings-, festival- en evenementorganisatie. De onderwerpen die aan bod komen, zijn: marketingprincipes, marketing en de kunsten.

Derde minorjaar (22 ects)
(onderwijs gedurende zowel eerste als tweede semester)

Het derde minorjaar bestaat uit de volgende drie onderdelen:

  1. Recht en cultureel ondernemerschap (5 ects)
    Dit vak richt zich op verschillende juridische onderwerpen, zoals belastingrecht, auteursrecht, beeldrecht, patent, octrooi, contractrecht en ondernemingsrecht, waarmee een culturele organisatie of afgestudeerde kunstenaar wordt geconfronteerd. De onderwerpen die aan bod komen, zijn: intellectueel eigendom, ondernemingsrecht, contractrecht en belastingrecht.
     
  2. Management accounting (5 ects)
    Dit vak bestaat uit de onderdelen management accounting en management control en is gericht op het gebruik van accounting informatie ten behoeve van interne planning en controle. Studenten leren om zelfstandig bedrijfseconomische, interne verslaggevingvraagstukken uit te voeren en te interpreteren. De nadruk ligt op de training van die vaardigheden. De onderwerpen die aan bod komen, zijn: budgettering, prijsberekening en break-even-analyse.
     
  3. Projectmanagement (12 ects)
    In dit vak wordt van studenten verwacht dat zij een project of een onderneming opzetten. Onder andere met behulp van de in de bovenstaande vakken opgedane kennis wordt in teams een projectplan of ondernemingsplan (businessplan) geschreven, gepresenteerd en uitgevoerd. De onderneming of het project dient binnen de culturele sector te worden opgezet binnen vooraf gestelde criteria. De onderwerpen die aan bod komen, zijn: het maken van een projectbeschrijving en reflectie op de in de voorgaande vakken behandelde informatie.

II. Minor Wijsbegeerte:
Reflectie is een wezenlijk onderdeel van het leven en dus ook BIJ het beoefenen van de kunsten, of het nu gaat om grafisch ontwerpen, doceren van muziek, bespelen van een instrument of het creëren van beeldende kunst. Het intensief bezig zijn met de kunsten en het denken over je eigen kunstopvatting en het plaatsen van je werk in een bredere, maatschappelijke context. Wijsbegeerte is hierbij een nuttig hulpmiddel. Het brengt je in aanraking met andere denkrichtingen, opvattingen en oplossingen die hun weerslag kunnen hebben op de benadering van je werk. De Faculteit der Kunsten biedt de minor Wijsbegeerte aan voor studenten van het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Deze minor wordt verzorgd door de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden.

De minor Wijsbegeerte biedt studenten van het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten een overzicht van de ontwikkeling van het menselijk denken. De minor besteedt aandacht aan de geschiedenis van de filosofie, maar ook aan hedendaagse filosofische ontwikkelingen. De filosofische vakken die in de minor zijn opgenomen, sluiten aan bij de belevingswereld van studenten die zich professioneel met kunst willen bezighouden. De minor is uitdrukkelijk gericht op studenten van het conservatorium en de academie die een grote belangstelling voor wijsbegeerte hebben, zich willen inzetten en zich in deze discipline verder willen ontwikkelen.

Voor de minor Wijsbegeerte gelden geen toegangseisen (behalve een eindexamendiploma vwo of een hbo-propedeuse). Dit betekent dat iedere tweede-, derde- of vierdejaarsstudent van conservatorium of academie zich in beginsel voor deze minor kan inschrijven. Je moet je echter wel realiseren dat het om een programma gaat dat zich over een periode van drie uitstrekt. Onderdelen van deze minor zijn ook als afzonderlijke keuzevakken te volgen. Inzet en motivatie zijn vereiste, ook al omdat er sprake is van veel zelfstudie.

Programma
Eerste minorjaar (10 ects)

Het eerste minorjaar bestaat uit de volgende twee onderdelen:

  1. Cultuurfilosofie (5 ects)
    Avondcollege: door G.T.M. Visser.
    Inhoud: grondtrekken van de Moderniteit. In dit college wordt Heideggers doordenking van het wezen van de techniek uiteengezet aan de hand van zijn voor het eerst in 1949 uitgesproken voordracht ‘Die Frage nach der Technik’.
    Verplichte literatuur: Martin Heidegger, Die Technik und die Kehre, pp. 5–36, reader met teksten, verkrijgbaar tijdens het college.
     
  2. Hedendaagse wijsbegeerte (5 ects)
    Avondcollege: door diverse docenten.
    Inhoud: de twintigste eeuw werd door een aantal negentiende-eeuwse filosofen sterk beïnvloed (met name Nietzsche, Husserl en Frege), en heeft een aantal opmerkelijke filosofen voortgebracht. In het college worden de belangrijkste filosofen van de twintigste en negentiende eeuw behandeld. De docenten van de Faculteit der Wijsbegeerte besteden aan elke filosoof steeds twee uur college.
    Literatuur: M. Doorman en H. Pott, Filosofen van deze tijd. Amsterdam: Bert Bakker, 2002 (6e herziene druk).

Tweede minorjaar minor (20 ects)
Het tweede minorjaar bestaat uit de volgende vier onderdelen:

  1. Kunst en filosofie in de oudheid en middeleeuwen (5 ects)
    Avondcollege: door E.P. Bos.
    Inhoud: de combinatie filosofie en kunst is een opvallende, allereerst omdat zij relatief weinig voorkomt. Toch heeft kunst een verhouding met filosofie, en wel vanaf de oudste tijden. Maar er is een principieel probleem: filosofie houdt zich primair bezig met abstracties (wat is zijn, wat is kennen, wat is goed en kwaad etc.) en past deze abstracties toe op de individuele werkelijkheid, voor zover deze onder die abstracte begrippen vallen. Kunst beeldt, traditioneel, juist vaak concrete zaken uit. Kunst wordt echter geacht meer pretentie te hebben, namelijk iets te leren, iets over de werkelijkheid in het algemeen te onthullen, en komt dus dichtbij de wijsbegeerte. In het college worden de opvattingen over kunst bij een aantal grote denkers in Oudheid en Middeleeuwen behandeld. Ook worden afbeeldingen van kunstvoorwerpen gepresenteerd waarover Plato, Aristoteles, Augustinus, Bernardus van Clairveaux, Franciscus van Assissi, de Gotiek en de reformatoren Luther en Calvijn spraken. Literatuur: syllabus Kunst en Filosofie in Oudheid en Middeleeuwen.
     
  2. Wijsgerige antropologie (5 ects)
    College: door Th.C.W. Oudemans.
    Inhoud: het college heeft de volgende doelstellingen: verwerven van inzicht in enkele hoofdlijnen van de wijsgerige antropologie; leren lezen van filosofische teksten; leren protocolleren van colleges; leren voeren van een groepsgesprek over de stof, uitmondend in vragen; volgen van en bijdragen aan het college.
    Literatuur: Plato, Theaetetus; Carnap, Empiricism, Sematics and Ontology; Wittgenstein, Philosophische Untersuchungen; Dennett, Darwin’s Dangerous Idea.
     
  3. Keuze uit een capita selecta college (5 ects):
    Capita selecta colleges zijn thematische colleges die speciaal voor minorstudenten worden ontwikkeld. De student maakt een keuze, afhankelijk van de majorstudie, uit bijvoorbeeld Geest en computer, Taal en teken, Filosofie en Darwinisme. Hierover zullen te zijner tijd nadere gegevens worden bekend gemaakt.
     
  4. Keuze uit één van de volgende twee colleges:
    (a) Metafysica (5 ects)
    Avondcollege: door J.J.M. Sleutels.
    Inhoud: gecombineerd hoor-/werkcollege dat een inleidend historisch en systematisch overzicht geeft van enkele kernbegrippen uit de westerse metafysica. Aan de orde komen onder andere realisme en idealisme, substantie en accident, ruimte en tijd, lichaam en geest, oorzaak en gevolg. Aan de hand van zowel klassieke als hedendaagse voorbeelden, van Aristoteles tot Einstein, van Descartes tot Quine, maakt de student kennis met de historische en systematische samenhang tussen genoemde begrippen en hun problemen.
    Literatuur: bij het college horen een werkboek en reader. Werkboek en (bijna alle) teksten kunnen ook via www.leidenuniv.nl/philosophy/metaphysics worden gedownload.
    of
    (b) Kennisleer en wetenschapsfilosofie (5 ects)
    Avondcollege: door J.W. McAllister.
    Inhoud: de epistemologie of kennisleer is de tak van de filosofie die kennis als onderwerp heeft: haar aard en omvang, haar bronnen en veronderstellingen, en de betrouwbaarheid van claims op kennis. Voortbouwend op inzichten uit de epistemologie bestudeert de wetenschapsfilosofie de grondslagen, methoden en resultaten van de vakwetenschappen. In dit college worden de voornaamste thema’s van beide disciplines op systematische wijze uiteengezet. Hoe moeten begrippen als ‘kennis’ en ‘waarheid’ worden gedefinieerd? Is empirisme te rechtvaardigen? Aan welke eisen moet een verklaring voldoen? In welke zin boekt wetenschap vooruitgang?
    Literatuur: P.K.Moser, D.H. Mulder, J.D. Trout, The Theory of Knowledge: A Thematic Introduction (New York 1998); A. Bird, Philosophy of Science (Londen 1998).

Derde jaar minor (20 ects)
Het derde minorjaar bestaat uit de volgende twee onderdelen:

  1. Een verdiepingscollege (7-8 ects).
    Iedere docent geeft jaarlijks één of twee wisselende verdiepingscursussen, aansluitend bij zijn of haar onderzoek. Minorstudenten kunnen hieruit, in overleg met de studiebegeleider, een keuze maken. Terugkerende onderwerpen zijn Cognitiefilosofie, Taalfilosofie, Nietzsche en Wittgenstein. Hoewel het om bestaand onderwijs gaat, verandert de inhoud van de colleges van jaar tot jaar. Op dit moment zijn er nog geen titels bekend.
     
  2. Scriptie van 15-20 pagina’s (10+ ects).

(3) Informatie
Voor additionele informatie: bekijk de volgende websites:

Of neem contact op met:
Dr. Steven Moors
Hoofd Onderwijs faculteit der Kunsten
Universiteit Leiden
p/a Koninklijk Conservatorium
Juliana van Stolberglaan 1
Den Haag
T 070 – 315.14.06
M sm.moors@kunsten.leidenuniv.nl

Of

Dr. Korrie Korevaart
Faculteit der Kunsten
Universiteit Leiden
Rapenburg 73
Leiden
T 071 – 527.30.84
M k.j.j.korevaart@kunsten.leidenuniv.nl